Kijken + Zien = organisch groeien
De tent van mijn buiten-atelier staat weer strak gespannen. De wind had hem losgerukt, maar nu kan ik opnieuw beginnen. Zoals steeds eerst een wandeling: dwalen door het bos, kijken en stil worden. Daar ligt weer de omgevallen boom. Op een ander tijdstip, in een ander licht. Alles verandert en toch blijft het hetzelfde. De boom vertelt mij dat tijd altijd meespeelt in wat ik zie. Niet gisteren gevallen, maar misschien tien jaar geleden. Afgezaagd, aangeraakt door mensenhanden, stilgezet in de tijd.
Terug in het atelier zet ik houtskool op papier. Drie grote vormen, verwijzend naar de kluit en de wortels. Dan, snel en intuïtief, verticale lijnen – de stam, reikend omhoog. Het groeit op papier zoals een gedachte of een gevoel groeit: zonder plan, maar organisch.
Ik werk verder met aarde. Pigmenten die ik maal en meng met Arabisch gom: uit de tuin van Station Ellecom, van de Veluwezoom en meegenomen uit Zuid-Italië. Drie plekken, drie kleuren, drie lagen tijd en plaats. De vormen nemen de kleur van de aarde aan. Intuïtief wordt de bovenste vorm een kruin; ik voeg aardegroen toe. Vanuit de onderste vorm ontstaat nieuwe natuur, omhoog groeiend.
De volgende ochtend rol ik het werk uit in het atelier. Ik kijk en zoek naar contrast. Dat is mijn opdracht tijdens deze residentie: tegenoverstellen om het verhaal te kunnen duiden. Het organische proces van zien en voelen – omvallen en opnieuw ontstaan. Dit is niet gebonden aan een locatie. Het kan in de tuin, in het bos, in Puglia.
In de tuin vind ik drie stenen: een rode baksteen, een bruine baksteen en een betongrijze steen, bedekt met mos. Ik leg ze naast het werk. Harde, rechthoekige vormen naast zachte, gelaagde pigmenten. Menselijke constructie naast aardse groei.
En daar ontstaat de vraag:
Is dit het contrast dat ik zoek?
Of is het juist onderdeel van hetzelfde proces, van organisch groeien, waarin breken, vallen en veranderen onlosmakelijk bij elkaar horen?
