Kijken + Zien = natuur en sporen van de mens
Het is inmiddels de tweede week van mijn art-residentie bij Station Ellecom. Gisteren ben ik begonnen met een onderzoek naar de stevigheid van Chinees papier. Het liet me niet los: schilderen op dit papier gaf niet het resultaat dat ik voor ogen had. Tegelijkertijd had ik mezelf voorgenomen om te experimenteren, maar juist daarin moet je ook grenzen stellen, bepalen wat voor mij werkt en wat niet. Daarom ben ik het papier gaan verstevigen.
Terwijl het lag te drogen, maakte ik een fietstochtje naar de IJssel. Het stromende water blijft voor mij een bron van inspiratie. Mijn gedachten komen in beweging, de wind opent mijn zintuigen. Ik zie de kleuren van het landschap: het groen van de planten, het blauw van het water, de nuances in de lucht.
In het buitenatelier bracht ik het papier in lagen aan met arabisch gom. Terwijl het nog nat was, goot ik vloeibare pigmenten uit: aardekleuren, blauw en spirulina-groen. De manier waarop de kleuren zich vermengden, riep direct associaties op met wat ik buiten had gezien, de planten langs de oever, het water, de lucht.
Toen viel mijn oog op iets anders: overal lagen bierdoppen in het gras. Afval in de natuur. Ik heb ze meegenomen. Waarom laten mensen dit achter? Misschien had iemand daar een moment van plezier, terwijl ik juist een gevoel van verbondenheid met de natuur ervoer. Nu liggen de doppen in mijn atelier. Ik bestudeer hun vorm, materiaal en uitstraling. Wat betekenen ze als contrast tegenover het organische van gras en planten? Kan ik deze doppen schilderen en wat zou ik daarmee willen uitdrukken?
Ondertussen zijn de papieren goed opgedroogd. Vandaag kan ik verder experimenteren met zowel het materiaal als met deze nieuwe laag van betekenis.
